zondag 4 augustus 2019

7. Voorouders van Cornelia in vaders lijn: 'Wijnstekers'

Dit 7e hoofdstuk gaat over de voorouders van Cornelia Wijnstekers van vaders kant, de 'Wijnstekers'. We beginnen deze verkenning hieronder eerst met de geboorte van vader Huibert Wijnstekers in 1875, waarna we verder teruggaan in de tijd. Maar dat niet zonder paragraaf 7.2 over het interessante/relatieve van stamboomonderzoek. In het overzicht hier direct onder zie je de (over)grootouders van Cornelia. Dit hoofdstuk gaat verder in de lijn terug van vaders kant. Eén hoofdstuk verder zie je diezelfde lijn vanuit moeder Jenneke.


7.1 Geboorte van de vader van Cornelia: Huibert Wijnstekers

Geboorteakte Huibert Wijnstekers 1875 te Hedel

We lezen in deze geboorteakte dat vader Hendrik Wijnstekers op vrijdag 9 april 1875 in Hedel aangifte doet van de geboorte van zijn zoon Huibert. Vader Hendrik is op dat moment 34 jaar oud. Zijn vrouw Johanna is 2 jaar jonger. Johanna is die dag ervoor om acht uur 's avonds bevallen van hun eerste kind. Hendrik en Johanna vernoemen hun zoon naar de vader van Hendrik die ook Huibert heette.

7.2 Over het interessante en relatieve van een stamboom

Het is interessant om in te kunnen zoomen op een specifieke voorouder. Het geeft kleur aan het verleden. Tegelijk is het goed om je te realiseren dat je enorm veel voorouders hebt, waarbij die ene voorouder er dus maar één van vele is. Het aantal voorouders verdubbelt met iedere generatie dat je verder terug gaat. Je ziet dat in onderstaand overzicht: je hebt 2 ouders, 4 opa's & oma's, 8 overgrootouders, 16 betovergrootouders, etc. Als je verder teruggaat, wordt die ene persoon waarop je inzoomt dus steeds 'relatiever'. Zoals je hieronder kunt lezen, is de Wijnstekers stamboom terug te lopen tot 'Cornelis Ariens Wijnstekers'. Dat is voor mijzelf 11 generaties terug. Naast Cornelis Ariens zitten er voor mij dus op gelijke hoogte in mijn persoonlijke stamboom nog 2.047 andere 'stam-overgrootouders' vanuit al mijn opa's & oma's omhoog. Dat is toch een serieus aantal.

Je ziet dit uiteraard ook bij ons koningshuis. Onze koning Willem Alexander stamt af van Willem van Oranje, die aan het begin stond van de 'Republiek der zeven verenigde Nederlanden'. Dat is voor hem 13 generaties terug en dus staan naast Willem van Oranje voor hem op gelijke hoogte nog ruim 8.000 andere 'stam-oudouders'. Toch is het geen onbelangrijke afstamming. Ook in de bijbel speelt afstamming een belangrijke rol. Zo kan je lezen dat Jezus van Nazareth een verre afstammeling was van koning David. Daar zitten dan maar liefst 28 (!) generaties en dus zeer vele voorouders tussen. Tussen Jezus en Abraham zaten zelfs 42 generaties.

Tegelijkertijd niet onbelangrijk; zonder al die voorouders was jij er nu niet geweest.  


7.3 Terug in de tijd via de stamboom van Wijnstekers 

Zoals bij bovenstaande geboorteakte van vader Huibert is lezen, heette zijn vader Hendrik Wijnstekers. Deze Hendrik werd geboren op 12 september 1840, eveneens in Hedel en hij zou er zijn hele leven wonen. Deze Hendrik trouwde op 1 augustus 1874 met Johanna Coers. Zij was toen 21 jaar, hij 3 jaar ouder. Hendrik was 'landarbeider', Johanna bij haar huwelijk 'dienstbode'. Ze hadden een klein gezin voor die tijd, want Huibert had alleen een broer. Deze Johannis was 1 jaar jonger dan Huibert.

Bij de huwelijksvoltrekking tussen Hendrik en Johanna waren de ouders van Johanna getuigen. Deze overgrootouders van Cornelia heetten Johannes Coers (geboren in 1816) en Metje de Kok (geboren in 1815). Van vaders kant waren beide ouders Huibert Wijnstekers (1805 - 1867) en Maria van Genderen (1809 - 1873) toen al overleden. Eén van de getuigen bij hun huwelijk was de toen 24-jarige Gerrit Murraij. We komen hem in het volgende hoofdstuk tegen; hij zou namelijk een kleine twee jaar later de vader worden van Jenneke. Klein wereldje dat Hedel, dat is duidelijk.


Als we via steeds de mannelijke Wijnstekers lijn de stamboom in lopen, dan blijven we in het dorpje Hedel en komen we eerst bij Mattheus Wijnstekers. Hij werd op 3 september 1774 geboren en werd 58 jaar oud. Mattheus was het tweede kind in een gezin van 12 kinderen van opnieuw een Hendrik Wijnstekers. Deze genoemde Hendrik werd geboren op 26 november 1747 en werd 65 jaar oud. Het waren generaties lang landarbeiders/dagloners. We gaan nog een generatie terug: deze Hendrik uit 1747 was het zevende kind van Cornelis Wijnstekers. Deze Cornelis uit 1706 was op 18 april 1728 in Hedel met Hendrina van den Draad getrouwd. Je vindt deze namen links in het overzicht hierboven.

We kunnen met de info die beschikbaar is nog twee generaties terug in de stamboom.


Deze Cornelis uit 1706 was de tweede zoon in het gezin met 5 kinderen van Jacobus Wijnstekers en Gertrudis Andrei van Gent. Zij trouwden op 11 oktober 1705 in het naast Hedel gelegen Bruchem. Jacobus op zijn beurt werd geboren op 22 november 1667 in Maasdriel als zoon van Cornelis Ariens Wijnstekers en Anneke Jacob Sars. Van deze Cornelis is geen geboortedatum bekend, wel van zijn vrouw. Deze Anneke werd geboren in 1642. Verder gaat de Wijnstekers stamboom kennis niet terug.

NB wanneer de naam 'Wijnstekers' is ontstaan, is niet terug te herleiden. Ooit is een verre voorouder in ieder geval wijnverkoper geweest, wat de feitelijke betekenis is van het oude woord 'wijnsteker'.

8. Voorouders Cornelia in moeders lijn: 'Murraij' (Murray)

Dit achtste hoofdstuk gaat over de voorouders van Cornelia van haar moeder Jenneke's kant. Om te beginnen vind je hieronder in één overzicht de vader en moeder van Cornelia, haar opa's en oma's en overgrootouders. Na de geboorte van moeder Jenneke, kijken we verder terug en komen uit bij de Schotse soldaat Alexander Murray. Net zoals bij meer Schotse soldaten werd na trouwen met een Nederlandse hun achternaam 'vernederlandst'. Zo werd MacKay herschreven tot 'MacKaay' of 'Makaay' en werd 'Murray' geschreven als 'Murraij'. Eronder lees je over de opvallende kindersterfte onder de broers en zussen van Jenneke.


8.1 Geboorte van de moeder van Cornelia: Jenneke Murraij

Geboorteakte Jenneke Murray 1877 te Hedel

In de geboorteakte van Jenneke lezen we dat vader Gerrit Murraij op donderdag 15 maart 1877 aangifte doet van de geboorte van zijn dochter. Hij is op dat moment 27 jaar oud. Zijn vrouw Elizabeth, 24 jaar oud, is die ochtend bevallen van hun tweede kind. De oudere zus van Jenneke is dan net 1,5 jaar oud. Vader Gerrit en moeder Elizabeth vernoemen hun tweede kind naar de oma van Elizabeth (van vader's kant), die ook Jenneke (van der Velden) heette. Ook het jongste zusje van Elizabeth, dat in 1870 op 7-jarige leeftijd in Hedel was overleden, heette Jenneke. Die naam 'Jenneke' zat al lange tijd in die familielijn, want ook de moeder van die oma van Elizabeth heette Jenneke (van den Broek: 1765 - 1798), die op haar beurt ook weer naar haar moeder was vernoemd: Jenneke Hoefslag (1736 - 1790). We kunnen in die vernoemingen nog verder terug in de tijd, want ook deze Jenneke Hoefslag was weer vernoemd naar haar oma Jenneke Cornelisse de Leeuw (1672 - 1705).

8.2 Terug in de stamboom van Murraij (Murray)

De vader van Jenneke (de opa van Cornelia) heette dus Gerrit Murraij en werd in 1849 in Hedel geboren als jongste in een gezin met 5 kinderen. Deze Gerrit werd visser. Hij trouwde op 6 november 1874 met Elizabeth van Malsen, geboren in 1853. Deze Gerrit, de vader van Jenneke, kreeg dezelfde naam mee als zijn vader, welke Gerrit Murraij in 1808 in Zaltbommel werd geboren en in 1833 in Hedel trouwde met Cornelia Wijnstekers (1809 - 1880). Met toevallig dus dezelfde meisjesnaam als die van de hoofdpersoon van deze Blog: onze Cornelia werd in 1898 als haar achterkleinkind geboren.

Vanaf deze Gerrit Murraij uit 1808 die landbouwer was, kunnen we in de stamboom nog 3 generaties terug.  De vader van deze Gerrit heette Alexander Murraij (1778) en zijn moeder Johanna van Hemert (1782). Zij trouwden op 21 november 1805 in Zaltbommel. Het waren deze Alexander en Johanna die naar het kleine plaatsje Hedel in de Bommelerwaard verhuisden, waar hun nakomelingen nog generaties zouden blijven wonen. Ook van deze Alexander is bekend dat hij 'landbouwer' was.


Nog een generatie terug: Alexander was de eerste zoon van opnieuw een Gerrit Murraij (1750) die trouwde met Jennette van Dijk (1749). Nu wordt het interessant, want deze Gerrit was de tweede zoon van de Schotse soldaat 'Alexander Murray', die op 6 december 1748 in Gorinchem trouwde met Maria Katreina van Eck (1725). Wat deed een Schotse soldaat in die tijd in Nederland? Daarover valt natuurlijk veel meer over te vertellen. In het hoofdstuk hierna lees je veel meer hierover: klik hier. Ook zoon Gerrit kom je daar nog tegen. Die werd korporaal in dezelfde 'Schotse brigade'.

8.3 Opvallende sterfte onder broers & zussen van Jenneke

Hierboven kon je lezen dat de vader van Jenneke (de opa van Cornelia) Gerrit Murraij heette. Hij trouwde in 1874 met Elizabeth van Malsen en Jenneke werd als tweede van tien kinderen in dit Hedelse gezin geboren. Maar haar 2 jaar oudere zus Cornelia (naar wie onze Cornelia dus vernoemd werd) overleed al toen Jenneke 16 was. Opvallend in dit gezin is dat van de 10 kinderen er maar 3 een hoge leeftijd bereikten. Dit gaat om Jenneke zelf (die 79 jaar werd) en haar 2 broers Johan (78 jaar) en Dirk (90 jaar). De rest stierf aanzienlijk jonger. Over die 2 ooms van Cornelia: Johan Murraij was visser en oom Dirk rangeerder bij de spoorwegen.

De jongere broer van Jenneke heette 'Gerrit' en deze werd maar 18 jaar oud. Haar jongere zus Elizabeth overleed al op 24-jarige leeftijd. Een andere jongere zus, Antje, was bijna 10 jaar getrouwd, toen ze in 1918 al op 31-jarige leeftijd overleed. Haar jongere broertjes Peter, Meeuwis en Cornelis werden respectievelijk maar 11 jaar, 3 maanden en bijna 2 jaar oud. Dit alles moet een enorme impact gehad hebben op Jenneke en de familieleden onderling. Jonge kindersterfte kwam in die tijd relatief veel voor, maar het overlijden van maar liefst vier kinderen in de leeftijden 16, 18, 24 en 31 is opvallend. Was er sprake van een erfelijke ziekte of een andere reden? Het valt niet terug te halen. Voor een overzicht van dit gezin: klik hier.

Als we nog iets verder terugkijken in de stamboom, dan zien we één generatie terug dat ook in het gezin waarin de moeder van Jenneke (Elizabeth) zelf opgroeide de kindersterfte relatief hoog was. Elizabeth zelf was de vierde van acht kinderen. Haar oudste twee broers Peter en Jan (ooms van Jenneke) werden 85 en 81 jaar. Ze woonden hun hele leven in Hedel. Het oudere zusje van Elizabeth overleed echter al op 1-jarige leeftijd. Haar 4 jaar jongere broer werd slechts 29 jaar oud. Daarna werden er nog twee jongens geboren die allebei maar een enkele maand leefden. Haar jongste zusje Jenneke tenslotte werd slechts 7 jaar oud. Ook als we bijvoorbeeld kijken in het gezin van de broer van Elizabeth (ome Jan van Malsen, die getuige was bij de geboorteaangifte van Cornelia: klik hier) zien we veel vroeg overleden kinderen. Zo overleed zijn zoon Peter (die andere getuige bij de geboorteaangifte van Cornelia in 1898) het jaar na die aangifte al op 24-jarige leeftijd. Ook Jenneke zelf verloor in haar huwelijk met Huib maar liefst 4 kinderen op jonge leeftijd: klik hier.

8.4 De enige nu nog bekende ziekte was die van Jenneke zelf

Speculeren over de reden van relatief zoveel overleden kinderen in die erflijn heeft geen enkele zin. De enige ziekte in die familie die nu nog bekend is, is die van Jenneke zelf. Haar kleindochter Truida wist me in 2007 te vertellen dat haar oma (door haar 'opoe Aalst' genaamd) aan een ernstige spierziekte leed, waardoor ze krom liep met een stok en iedere dag hulp aan huis had. Jenneke zou 79 jaar oud worden. Ze overleed op 22 september 1956, maar leed toen al jaren aan die spierziekte. Want in het hoofdstuk over het gezin van Cornelia en Goosen kunnen we lezen dat Jenneke 12 jaar daarvoor (in 1934 dus) al te ziek was om de reis van Aalst naar De Lier te kunnen maken.

De enige bekende foto van 
Jenneke Wijnstekers-Murraij

9. Alexander Murray, Schotse soldaat in Nederlandse dienst


Zo'n stamboom onderzoek wordt natuurlijk pas echt leuk als je op een markante situatie stuit. Zoals in dit geval bij het terug in de tijd lopen via de voorouders van Jenneke Murraij in mannelijke lijn. Via zijn zoon Gerrit komen we uit bij de Schotse soldaat Alexander Murray, die op 22 december 1748 in Gorinchem trouwde met Maria Katriena van Eck. Ze krijgen in totaal 8 kinderen, waarvan die tweede deze Gerrit is. Over wat een Schotse soldaat in Nederland deed, valt natuurlijk veel te vertellen. Dat geldt ook over de roerige tijden waarin het Nederland van toen ('de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden') zich bevond, waarbij een leger geen overbodige luxe was. Daarom volgt hieronder meer uitleg. Goed om je bij voorbaat te realiseren dat in Nederland pas in 1811 de dienstplicht werd ingevoerd. Daarvoor bestond ons 'Staatse leger' uit huurlingen.

9.1 Over de 'Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden'

Laten we beginnen met wat vaderlandse geschiedenis. Tussen 1588 en 1795 heette Nederland 'de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden'. Deze besloeg zo ongeveer het grondgebied van het huidige Nederland. Zij verwierf in de 17e eeuw grote politieke en economische macht op het wereldtoneel, onder andere met de VOC. Als je meer over het ontstaan van deze Nederlandse Republiek wilt weten, is het goed je te verdiepen in het leven van Willem van Oranje. In ieder geval waren er toen al behoorlijke 'schermutselingen' met de Spaanse Katholieke overheerser van de Nederlanden. De start van de Republiek in 1588 ging samen met het geven van macht aan de Nederlandse staten zelf, in plaats van aan één vorst. Doordat Spanje in oorlog raakte met Frankrijk ontstond voor onze prille Republiek ruimte tot groei.

De financiële kracht van de Nederlanden werd steeds groter, waardoor zij ook militair meer te vertellen kregen. Dat leger bestond toen namelijk uit huurlingen, dus wie geld had kon een groot leger onderhouden. Het waren tijden van instabiliteit in Europa en binnen Nederland. De kleine gewesten waren hier onderling voortdurend met elkaar in conflict, maar het machtige gewest Holland hield de boel bij elkaar. In 1600 volgt dan de bekende 'Slag bij Nieuwpoort', waarbij Maurits van Oranje met grote moeite van een Spaans leger won. Ook daarna bleven de Nederlanden ondanks tussentijdse bestanden in oorlog met Spanje. In 1625 verklaarde Engeland de oorlog aan Spanje en kreeg onze Republiek steun van Engelse troepen. Door de verovering van de zilvervloot door Piet Hein verbeterde onze financiële positie, waardoor het leger weer kon worden uitgebreid. In 1648 werd dan toch de vrede van Münster gesloten, waarna ons leger weer werd ingekrompen. We zitten nu al in het midden van wat we 'de gouden eeuw' noemen.


Het gaat economisch voor de wind in de Republiek. Onze handel op zee groeide flink, wat ten koste ging van de Engelse economie. Daaruit ontstonden vanaf 1652 de Engels-Nederlandse oorlogen. Bekende gebeurtenis daarbij is de vernietiging door Michiel de Ruyter van een groot deel van de Engelse vloot. De vrede die ze uiteindelijk sloten hield niet lang stand, want in mei 1672 begon voor de Republiek 'het rampjaar'. Frankrijk sloot een bondgenootschap met Engeland en de bisschoppen van Keulen en Munster. Zij begonnen samen een oorlog tegen de Nederlandse staten. Ons leger was daar niet op voorbereid, waardoor de Fransen konden oprukken tot aan onze waterlinie.

De Franse koning Lodewijk XIV (ja die van 'Versailles') viel de Zuidelijke Nederlanden binnen. Toen ontstond vanuit de Republiek een strategisch geniaal plan. De Engelse koning Jacobus II was zwak en niet populair, wat de mogelijkheid bood om in 1688 met ons 'Staatse leger' Engeland binnen te vallen en de koning af te zetten. Dit werd een glorieuze intocht, waarbij stadhouder Willem III koning van Engeland werd en de macht van de Republiek in Europa enorm toenam.

Wapen van de Republiek na 1665: 'eendracht maakt macht'

Van 1701 tot in 1713 woedde vervolgens de 'Spaanse successieoorlog' van verschillende Europese landen tegen de alliantie van Frankrijk en Spanje. Ze wilden voorkomen dat Frankrijk en Spanje één rijk werden, waarin ze slaagden. Tijdens deze oorlog bereikte ons Staatse leger met 120.000 man de grootste omvang ooit. In 1713 werd de 'vrede van Utrecht' gesloten. Na deze vrede werden legereenheden ontbonden en de uitgaven voor het leger dus flink verminderd. Toch bleef het onrustig met Frankrijk. In 1744 was ons Staatse leger weer op oorlogssterkte gebracht. Dat was maar goed ook, want in april 1747 stoomden de Fransen door tot in 'Staats-Vlaanderen'. Ook namen zij na een uitgebreid beleg onze sterkste vestingstad Bergen op Zoom in. Pas met 'de vrede van Aken' in 1748 trok Frankrijk zich terug uit de 'Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden'. Toch bleef het ook in de decennia daarna onrustig in Europa.

De Schotse Alexander Murray wordt ergens in de onrustige jaren voor 1749 (het jaar van zijn trouwen) gerekruteerd als soldaat voor ons Staatse huurleger. De Schotten waren toen al decennialang verbonden aan het Nederlandse leger en stonden bekend om hun gehoorzaamheid, moed en discipline. Alexander Murray wordt soldaat in het regiment van Majoor-Generaal Marjoribanks.

9.2 De 'Schotse brigade' binnen ons 'Staatse leger'

Het leger van de 'Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden' heette het 'Staatse leger' en bestond tot 1795. Het was een leger van permanent onder de wapenen gehouden beroepssoldaten. De helft van de soldaten bestond uit Nederlanders, de andere helft bestond uit Duitsers, Engelsen, Schotten, Fransen en soms ook Zwitsers en Zweden. Buitenlandse soldaten waren nodig omdat in het eigen land te weinig mannen waren om te dienen. Een belangrijk voordeel daarbij was dat buitenlandse soldaten minder snel deserteerden en naar huis gingen. Over de 'Schotse Brigade' in ons Staatse leger is op internet veel informatie te vinden (klik bijvoorbeeld hier voor de pagina op Wikipedia). De Schotse Brigade bestond uit drie Schotse regimenten. De Schotse soldaten stonden in Nederland hoog aangeschreven. Opvallend is dat zij ook in Nederlandse dienst gekleed bleven in het hun eigen Schotse uniformen, inclusief Schotse kilt, zoals hieronder afgebeeld.


In de beginjaren van onze Tachtigjarige oorlog (1568 - 1648) stonden de Nederlanders doorgaans alleen tegen het machtige Spanje. Van de Europese vorsten boden er weinig hulp aan de Nederlanders, om de machtige Spaanse koning niet tegen zich in het harnas te jagen. Een uitzondering vormde de Regent van Schotland, de Earl van Moray (Murray), die in 1573 bereid was om Willem van Oranje op diens verzoek militaire steun te verlenen. Dit is het begin geweest van de aanwezigheid van de Schotse soldaten in de Lage Landen, onder de politieke verantwoordelijkheid van de Staten-Generaal. De eenheden bestonden geheel uit Schots personeel, zowel wat betreft officieren, onderofficieren als manschappen. Ook waren bij deze troepen legerpredikanten van de protestante 'Church of Scotland' ingedeeld. Zolang de Schotse Brigade heeft bestaan, hebben duizenden Schotse jongemannen ervan deel uitgemaakt. De geleden verliezen werden steeds weer aangevuld door een nieuwe stroom in Schotland geworven vrijwilligers (voor deze bron: klik hier).


Vanaf 1678 kregen de Staten Generaal vrije werving in Schotland. De drie Schotse regimenten die na 1713 overbleven, waren bekend onder de namen van hun bevelhebber. 'Onze' Alexander Murray was als soldaat actief in het 1e Schotse regiment, ook bekend onder de naam van majoor-generaal Alexander Marjoribanks. Hun primaire taak was de verdediging van steden tegen Franse agressie.

9.3 Zware verliezen Schotse Brigade in Bergen op Zoom (1747)

In het voorjaar van 1747 vielen de Fransen de Zuidelijke Nederlanden binnen, nadat ze de jaren ervoor de Nederlanders al terug hadden gedrongen uit het huidige België. De Fransen wilden als eerste Maastricht en Bergen op Zoom innemen. In Bergen op Zoom waren 1.400 Schotse soldaten gelegerd, waaronder die onder Marjoribanks. Over dit zeer bloedige 'beleg op Bergen op Zoom' dat op 12 juli 1747 begon, is veel op internet terug te vinden (klik bijvoorbeeld hier voor de Wikipedia pagina). De Fransen naderden die dag in juli met ruim 20.000 soldaten. De stad werd verdedigd door een Nederlands garnizoen van 3.600 soldaten, waaronder dus die 1.400 Schotten. Bergen op Zoom was destijds veruit de sterkste Nederlandse vesting. Door de ligging aan de Schelde kon Bergen op Zoom niet over land omsingeld worden. Vanaf midden juli naderden de Fransen onder zware beschietingen de stad steeds dichter. Ook de Nederlandse artillerie schoot driftig terug: elke dag werd 30.000 pond buskruit door hen verschoten.


Na maandenlange beschietingen van de stad, waarbij ook de grote kerk in brand was geschoten, braken de Fransen uiteindelijk op 16 september door de verdedigingslinies heen en vielen de al deels verwoeste stad binnen. Er ontstonden zware gevechten met veel doden en gewonden. In dit uitgebreide document uit 1839 (klik hier) lezen we het volgende over de Schotse soldaten die dag:

De andere colonne der Franschen stiet op de Vischmarkt op de beide Schotsche regimenten Coljear en Marjoribanks. Dapper werd daar gestreden, en met verbittering en onbezweken moed standgehouden. De Gouverneur ontving bericht van deze gevechten, en oordeelde thans het oogenblik gekomen, om al strijdende terug te trekken, wel inziende, dat van standhouden of terugwerpen geen sprake meer kon zijn. Hij zond naar de verschillende afdeelingen zijn orders om al strijdende terug te trekken, tot de nabijheid der Steenbergsche poort, alwaar de troepen konden verzamelen. In de beste orde werd dit bevel uitgevoerd. De terugtrekkende troepen werden slechts van verre door den vijand gevolgd. Op de Vischmarkt echter werden de Schotsche regimenten met een aan razernij grenzende woede vervolgd, doch de gelederen werden niet verbroken en vast aaneengesloten trok deze dappere groep al vurend terug. Die dag sneuvelden op de Vischmarkt van deze regimenten vijf kapiteins, zeventien mindere officieren en vijfhonderd manschappen.

Vischmarkt, Bergen op Zoom

De stad viel die dag in Franse handen. De verliezen waren fors aan beide kanten: vele duizenden doden aan Fransen kant en ongeveer 5.000 aan Nederlandse kant. Van de 1.400 Schotse soldaten waren er slechts 200 overlevenden. Zij trokken zich met majoor-generaal Marjoribanks terug in Steenbergen, waar zij wel standhielden. In het najaar van 1748 wordt dan uiteindelijk de 'vrede van Aken' gesloten tussen Europese landen, waardoor de oorlogsdreiging kleiner werd.

9.4 Alexander Murray als Schotse soldaat in Nederland

Ik heb het geprobeerd, maar niet te achterhalen valt wanneer Alexander Murray in dienst trad van het Nederlandse leger. Wel is bekend dat hij bij zijn trouwen in 1748 diende in hetzelfde regiment van Marjoribanks, dat een jaar ervoor in Bergen op Zoom zo'n groot deel van zijn manschappen verloor. In dit overzicht (klik hier) staat dat Alexander geboren werd in de Schotse 'parochie van Criech'. Omdat soldaten weinig wisselden van regiment was onze Alexander Murray dus of één van de overlevenden van die bloedige slag, of was het zo dat in 1747 niet het hele regiment van Marjoribanks in Bergen op Zoom gelegerd was. In een andere stamboom lezen we dat Alexander Murray in 1725 in Edinburgh werd geboren (klik hier). Twee stambomen dus met veel overeenkomsten, die zich hierover tegenspreken. En dus zocht ik een derde bron en vond deze. Op internet las ik dat in het jaarboek van 1966 van het 'Centraal Bureau voor Genealogie' alle huwelijken staan, die gesloten zijn in het 1e regiment van de Schotse Brigade. Iemand uit Rhoon bood dit boek op internet voor een aantal euro's aan en zo kwam ik in het bezit van dit naslagwerk vol genealogische research.

9.5 Geboorteplaats Alexander Murray bevestigd (en meer)

Uit het hierboven genoemde jaarboek blijkt wel dat Alexander zeker niet de enige Schotse soldaat was die met een Nederlandse vrouw trouwde. Sterker nog, die jonge Schotse soldaten in hun kilt hadden blijkbaar een enorme aantrekkingskracht op de Nederlandse dames. Er werd door de jaren heen een behoorlijk aantal huwelijken met Nederlandse vrouwen gesloten. Tegelijkertijd zie je in het naslagwerk dat de compagnies, bataljons en het hele regiment zich regelmatig door met name zuidelijk Nederland verplaatsten. Dat 1e Schotse regiment kwam in 1745 onder bevel van Alexander Marjoribanks, nadat zijn voorganger dat jaar overleed. We zien ze (soms in kleinere onderdelen van het Regiment) onder regie van de Raad van State verhuizen van Naarden, Den Bosch, Woerden, Maastricht, Bergen op Zoom, Gorinchem, etc. Langere tijd waren eenheden gelegerd in Gorinchem. Het eedboek voor officieren in het archief van Gorinchem vermeldt dat het 1e bataljon van Marjoribanks op 1 juni 1750 die stad binnentrok en op 17 april 1754 vertrok naar Doornik. De vraag is natuurlijk hoe lang Alexander zijn Nederlandse Maria al kende toen ze in 1748 trouwden. Net voor hun trouwen brak door het tekenen van de 'vrede van Aken' een meer stabiele periode voor Nederland aan. In het jaarboek staat dit:


We lezen hier de bevestiging dat Alexander op 22 december 1748 in Gorinchem met Catrina trouwde, nadat ze in Waardenburg/Neerijnen (de woonplaats van zijn Catrina) in ondertrouw waren gegaan. Alexander is dus in de parochie van Criech in Schotland geboren, het jaartal ontbreekt. Het heeft er alle schijn van dat de naam van die parochie niet juist is geschreven. De parochie van 'Creich' bestaat in Schotland namelijk wel, die van 'Criech' niet. Klik hier voor de Wikipedia pagina over 'parish of Creich', dat ligt in de regio Sutherland in de kop van Schotland. Je leest in de kop van dat artikel dat er ook een gehucht 'Creich' is in het Schotse gebied 'Fife'. Ik heb in Schotse digitale registers nog een aanknopingspunt proberen te vinden voor de geboortedatum van Alexander, wat niet is gelukt. Wat daarbij niet helpt, is dat 'Alexander' een wel erg favoriete voornaam was in families die 'Murray' heetten. Zo vind je op deze Wikipedia pagina ook een aantal bekende Alexander Murray's: klik hier.

Het jaarboek geeft ook nog een leuke bijvangst. We zien zoon Gerrit Murray hierin terug, als korporaal in hetzelfde regiment waar vader Alexander diende. Gerrit trouwde op 10 december 1775 in garnizoenstad Steenbergen met Jannetje van Dijk:


Deze zoon Gerrit Murray werd in Waardenburg gedoopt op vrijdag 6 november 1750. Hij zou 73 jaar worden en na zijn tijd in het leger weer gaan wonen in Waardenburg. De hierboven gelinkte 'Rossgen-website' heeft zijn functie als volgt uit het trouwregister geciteerd: 'corporal in de Compagnie van den Collonel Gordon in het eerste Bataljon van de heer Generaal Hoeston'. Deze 'John Houston' volgde in het jaar van hun trouwen 'Marjoribanks' op als bevelhebber van het 1e Schotse regiment. Blijkbaar had zoon Gerrit als 2e generatie van de Schotten in Nederland voldoende Schots bloed in zijn aderen om onderdeel te kunnen worden van de 'Schotse Brigade'. Je kunt er zomaar vanuit gaan, dat Gerrit een tweetalige opvoeding kreeg. Want om korporaal te worden in het Schotse regiment, moest je dit dialect van het Engels natuurlijk wel goed spreken. Gerrit en zijn vrouw waren van Hervormde Belijdenis, wat trouwens voor een groot deel van de voorouders op deze Blog geldt. Ze kregen twee kinderen. De oudste werd rond 1777, dus 2 jaar na hun trouwen, geboren. Ze vernoemden hem naar zijn Schotse opa: 'Alexander'. Het was deze Alexander die naar het plaatsje Hedel in de Bommelerwaard verhuisde. Hij trad niet als soldaat in voetsporen van zijn opa en vader, maar werd in Hedel 'landarbeider'. Deze Alexander Murraij in Hedel was de overgrootvader van onze Jenneke Murraij, de moeder van Cornelia.

Terug nu naar de Schotse soldaat Alexander Murray. Deze Alexander en zijn Nederlandse Maria Katriena kregen vanaf 1749 in totaal 9 kinderen, waarvan zoon Gerrit in 1750 dus de tweede was. Ze werden allen in Waardenburg geboren, de laatste in 1777. Zeker is dus dat moeder daar is blijven wonen. Dit betekent dat zij haar man bij wijziging van garnizoen/stad niet volgde, wat meer voorkwam.

9.6 Soldaten van Marjoribanks gelegerd op Slot Loevestein

We kennen één plek waar (een deel van de) soldaten van generaal-majoor Marjoribanks waren gelegerd tijdens hun periode in Gorinchem. Dit was namelijk in het bekende kasteel Loevestein in de Bommelerwaard, bij Gorinchem aan de overkant van rivier de Waal. In Fort Loevestein is daar veel documentatie over te vinden. Zie bijvoorbeeld dit artikel op de website van Loevestein: klik hier. Als je een bezoek brengt aan Loevestein, wordt er uitgebreid aandacht besteed aan de Schotse soldaten die er gelegerd waren. Er is zelfs een 'Schotse kamer' in het ernaast gebouwde Officierslogement, waar bij restauratiewerkzaamheden in 1983 onderstaande Schotse muurtekeningen uit die tijd werden ontdekt: klik hier. Je kunt ze er dagelijks bekijken. Op het voorterrein van Slot Loevestein zijn ook de garnizoenhuisjes te vinden, ook bekend als 'soldatenhuisjes', waar soldaten soms met hun gezin woonden: klik hier.


Nederlands Dagblad, 15-06-89

Loevestein, met links de soldatenhuisjes en achterin het witte 
huis waarin de Schotse muurschilderingen te vinden zijn

9.7 Herkomst van de Schotse naam 'Murray'

Murray is een naam die heel vaak voorkomt in Groot Brittanië. Op deze Engelstalige wikipedia pagina lees je meer over de achtergrond van deze naam: klik hier. Het komt er in het kort op neer, dat Murray voortkomt uit 'Moray' en verwijst naar dat gebied in Noordoost Schotland.

Gebied Moray in Noord-Oost Schotland

10. Cornelia en Goosen Den Tek trouwen in 1920

Cornelia trouwt op donderdag 19 augustus 1920 met Goosen den Tek uit Brakel. Op onderstaande trouwakte kan je lezen dat ze die dag in de gemeente Poederoijen trouwen en twee weken daarvoor in Brakel in ondertrouw zijn gegaan. De gemeente Poederoijen bestond toen uit de dorpen Aalst en Poederoijen. Zij trouwen met een voor die tijd groot leeftijdsverschil. Goosen was op het moment van trouwen 32 jaar oud en Cornelia is dan 10 jaar jonger. Hun oudste dochter Trui(da) vertelde me vele jaren later, dat Goosen voor zijn huwelijk met Cornelia al 9 jaar verkering had gehad met een ander. Negen jaar verkering zonder te trouwen was sowieso erg lang in die tijd. Er zijn bij de huwelijksvoltrekking naast hun ouders ook 2 getuigen die mee tekenen op de akte. Dit zijn Christiaan den Tek, de broer van Goosen, en de 32-jarige in Aalst geboren Arie Koolhaas. Opvallend detail uit deze trouwakte, is dat de ouders van Goosen analfabeet waren. Letterlijk staat er onderaan: 'de ouders van de bruidegom verklaren niet te kunnen schrijven en tekenen met een kruisje'.


Je vindt hun trouwakte, zoals digitaal te vinden het Gelders Archief, hierboven terug. Hier direct onder het bericht over hun huwelijk in de Zalt Bommelsche Courant.

Zalt Bommelsche Courant 8 september 1920

11. 'Vernoemingskwestie' in 1921: 1e kind van Cornelia en Goosen

Zalt Bommelsche Courant, 9 juli 1921

Op woensdag 15 juni 1921, tien maanden na hun trouwdatum, wordt het eerste kind van Cornelia en Goosen geboren; een dochter. Ze besluiten het 'Jenneke' te noemen, dus vernoemd naar de moeder van Cornelia. Vader Goosen gaat in het dorp Brakel waar ze na hun trouwen zijn gaan wonen aangifte van de geboorte doen. Hij loopt op weg naar het gemeentehuis nog even langs zijn oudere zus Teun. Die geeft hem duidelijk te verstaan, dat hij het niet kan maken om zijn eerste dochter niet naar zijn eigen moeder te vernoemen. Goosen vindt dat zij eigenlijk wel gelijk heeft. Hij neemt daarop zelf een besluit zonder even terug te lopen naar Cornelia om dit te overleggen. Hij besluit zijn dochter alsnog te vernoemen naar zijn eigen moeder Gonda, die voluit 'Konnegonda Geertrui' heet. Hun dochter wordt daarom die dag door de ambtenaar ingeschreven als 'Connegonda Geertrui den Tek'.

Dat Cornelia na terugkomst van Goosen niet blij was met deze eenzijdige actie, laat zich raden. Het is daarom haar besluit om hun eigen 'Connegonda Geertrui' niet de roepnaam 'Gonda' mee te geven, net zoals haar schoonmoeder heet. Ze pakt daarvoor het tweede deel van haar naam en geeft hun dochter de roepnaam 'Truida'. Dit is dan ook de naam, waarmee hun dochter een aantal jaren later wordt ingeschreven op de lagere school. Westlanders korten namen graag af en ze daarom wordt ze later bekend als 'Trui', dit tot haar spijt. Het voorval typeert enerzijds de sociale competenties van vader Goosen en anderzijds de verstandhouding tussen Cornelia en Goosen in de rest van hun huwelijk.

Dochter Trui(da) den Tek op 1-jarige leeftijd 

Goosen vernoemde zijn dochter dus naar zijn moeder 'Konnegonda', maar liet haar bij die aangifte inschrijven met een 'C', dus Connegonda.  Een mogelijke verklaring voor deze wisseling van voorletter is dat zijn oudste broer Christiaan in hetzelfde dorp dan al een 11 jaar oude dochter heeft met de naam 'Konnegonda Geertrui den Tek'. De naam Connegonda kwam in een verder verleden overigens al wel met een 'C' voor. Die naam Connegonda Geertrui komt op dat moment namelijk al een aantal eeuwen voor in de familielijn. De moeder van Goosen werd namelijk vernoemd naar haar oma van vaders kant: 'Connegonda Geertrui Grandia' (1770 - 1848). Deze Gonda Grandia werd op haar beurt weer vernoemd naar de oma van haar vader: 'Connegonda Geertruij Rosworm', die rond 1670 werd geboren. Mogelijk waren het er meer, maar verder kunnen we niet terug in de stamboom.

Het Brakelse gemeentehuis destijds

PS de geboorteakte van eerste dochter Truida uit 1921 is digitaal nog niet beschikbaar in het Gelders Archief. Dit komt omdat geboorteakten in Nederland vanuit de 'Archiefwet' pas na 100 jaar mogen worden vrijgegeven. Voor huwelijksakten geldt overigens 75 jaar en voor overlijdensakten 50 jaar.

12. Het gezin van Cornelia Wijnstekers & Goosen den Tek


In dit hoofdstuk lees je over het gezin van Cornelia en Goosen door de jaren heen. In het eerste deel lees je over de geboorte van hun kinderen en de verhuizing van Brakel naar De Lier. In het tweede deel staan hun hun kleinkinderen vermeld. In deel 3 lees je meer over de moeizame verstandhouding tussen Cornelia en Goosen.

12.1. Geboorte van de kinderen en verhuizing naar De Lier

Na het trouwen van Cornelia en Goosen op 19 augustus 1920 gingen zij in Brakel in de Molensteeg wonen, in een huisje gehuurd van boer Vervoorn. Deze Molensteeg was een weggetje in agrarisch gebied, net buiten het dorp Brakel zelf. Ze woonden daar vlakbij rivier de Waal. Brakel was een klein dorpje; de inwoners leefden voornamelijk van agrarische activiteiten.

Cornelia was vrij snel na hun trouwdag zwanger van hun eerste dochter. Ze werd op 15 juni 1921 geboren, direct gevolgd door de opmerkelijke 'vernoemingskwestie' waarover je in vorig hoofdstuk kon lezen. Haar roepnaam zou 'Truida' luiden.

De jaren '20 waren arme tijden. Ze hadden thuis varkens, die Cornelia verzorgde. Goosen verzorgde in de winter voor knolrapen en in de zomer hadden ze aardbeien. Hun oudste dochter Truida zou zich veel later de varkenspest nog herinneren, waardoor al die beesten afgemaakt moesten worden. Ze werden in een kuil tegenover hun huis gegooid. Ze wist zich ook nog te herinneren dat ze, omdat ze buiten het dorp woonden, als klein meisje in de eerste klas van de lagere school een behoorlijk eind moest lopen. Kleine Truida liep tussen de middag altijd het hele stuk terug naar huis om daar te eten. Ze herinnerde zich hete zomerdagen, ze zal toen net 7 jaar zijn geweest, dat ze uit school met klasgenootjes water ging drinken bij de dorpspomp, waar ze altijd langs kwam. Je vindt die pomp op de foto hieronder.

Oude foto met de dorpspomp in Brakel

Truida herinnerde zich ook nog de indrukwekkende gebeurtenis toen zij 4 jaar oud, dat de rivierdijken rond hun dorp op doorbreken stonden. Kleine Truida werd voor de veiligheid naar het hoge dijkhuisje van tante Teun gebracht, waar ze ook bleef slapen. De uiterwaarden stonden al helemaal vol en het water stond hoog tegen de dijken aan. Dag en nacht was men bezig met dijken inspecteren. De dijken in de Bommelerwaard hebben het uiteindelijk gehouden. Op veel andere plaatsen in Nederland braken er wel dijken door. Er is op internet nog genoeg over terug te vinden (zoals bijvoorbeeld hier). Deze gevaarlijke situatie speelde de weken rond de jaarwisseling van 1925 op 1926. Op 8 januari 1926 bezocht koningin Wilhelmina zelfs hun gemeente Poederoijen om de nijpende situatie aan de Maasdijk te bekijken.

Op 20 juli 1925 wordt het tweede kind in het gezin geboren. Het is een jongetje dat 'Huib' wordt genoemd, vernoemd dus naar de vader van Cornelia. In Brakel wordt het dan steeds lastiger om de financiële eindjes aan elkaar te knopen, zeker toen ook de varkens dood waren gegaan. Goosen ging een tijdje in de kost in het Westland, omdat er daar in en rond de tuinbouw wel werk te vinden was. Meer mannen uit de Bommelerwaard waren hem al voorgegaan. Toen Goosen in het Westland een vaste baan had en een klein huisje kon huren, kwam het gezin op vrijdag 20 juli 1928 naar De Lier. Truida was toen 7 jaar oud, haar broertje Huib die dag dus precies 2 jaar. Truida kwam in de tweede klas van de Hervormde school. Het viel de kinderen in de klas op dat ze een soort Brabants accent sprak.

Truida met broertje Huib

Het jonge gezin woonde in een klein huisje aan de Lee. Daar werd op 24 juli 1929 Catharinus geboren, vernoemd naar de vader van Goosen. Deze Trinus bleek een onhandelbaar kind, die tegenwoordig veel jeugdhulp zou hebben gehad. Hij kon nauwelijks gehandhaafd worden, niet thuis en niet op school. Het fietste niet, wilde ook niet leren. Hij kon en wilde niet met mensen omgaan. Zijn gedrag trok een forse wissel op het gezin. Trinus bleef lastig in de omgang en veeleisend. Complicerende factor daarbij was dat Goosen en Cornelia nooit op één lijn zaten. Als Cornelia Trinus voor zijn gedrag een standje wilde geven, dan bagatelliseerde Goosen dat gedrag.

Goosen, Huib, Cornelia met Trinus en Truida

De nieuwe Lierenaren verhuisden binnen enkele jaren een aantal keren naar huisjes die hemelsbreed heel dicht bij elkaar lagen. Vanuit dat eerste huisje gingen ze naar de Tuinstraat. Dat waren betere en nieuwere huizen. De huur was met vier gulden in de week wel stevig te noemen. Daarom hadden ze in de zomer enkele kostgangers in huis. Dat waren mannen die doordeweeks in het Westland kwamen maaien. Toch was de huur te hoog en verhuisden ze opnieuw, naar de Kerkstraat naast de Domkerk (tegenwoordig 'Arent Dirckszn. Vosstraat' geheten). Uiteindelijk betrokken ze daarna het huis aan het Koorlaantje nummer 10, naast het bekende bruggetje over de Lee. Daar zouden ze blijven wonen.

Recht van het bruggetje hun huis aan het Koorlaantje

Op 13 november 1933 werd het tweede meisje binnen het gezin geboren. Deze dochter werd alsnog 'Jenneke' genoemd, waarmee alsnog die 'vernoemingskwestie' werd recht gezet. Echter, dit meisje Jenneke zou niet lang leven. De dokter noemde het destijds een 'hersenziekte'. Wij zouden het tegenwoordig een 'verstandelijke handicap' noemen. Het ging slecht met het meisje. Cornelia wilde haar nog graag één keer aan haar moeder Jenneke laten zien, voordat ze zou overlijden. Die was zelf toen al te ziekelijk om de reis van Aalst naar De Lier te kunnen maken. Daarom ging Cornelia met de Pinksteren naar Aalst. Die vrijdag 25 mei 1934 erna zou dochter Jenneke, een half jaar oud, overlijden. De dag dat ze zou overlijden, koos Goosen ervoor om gewoon naar zijn werk te gaan. Het was buurvrouw Van Loenen die met Cornelia bij het meisje heeft zitten waken tot ze later die dag overleed.

Jenneke den Tek

Het vijfde kind in het gezin was Egbert, beter bekend als 'Ep'. Deze tweede zoon werd vernoemd naar de vrijgezelle broer van Goosen. Hij werd geboren op 17 maart 1935. Cornelia was toen net 37 jaar geworden. Goosen werd die maand erna 47 jaar. Bijna drie jaar later, op 11 januari 1938, werd het laatste kind geboren. Hij werd 'Hendrik' genoemd, vernoemd naar de broer van Cornelia. Goosen was toen 49 jaar oud, Cornelia 40 jaar en het verschil met oudste zus Truida was maar liefst 16 jaar.

Het gezin compleet met van links naar rechts:
Goosen, Trinus, Cornelia, Ep, Huib, Henk en Truida

Het waren de crisisjaren en traditionele tijden. De zondag was de enige vrije dag in de week. Dan ging het gezin 's ochtends naar de Hervormde Domkerk. Fietsen was er voor hen niet bij op zondag; dat verbood Goosen zijn gezin. Goosen werkte bij de provincie. Hij maaide langs de wegen, toen nog handwerk met de zeis. Cornelia werkte in de huishouding, zoals een periode bij de Lierse bakker Hanemaaijer. Ook in het huishouden waren het andere tijden: er was nog geen wasmachine en als je warm water nodig had, moest je dat op het fornuis opwarmen.

Truida en Cornelia, met waston met eendjes, 1947 

12.2. De kleinkinderen van Cornelia en Goosen

In 1949 werden Cornelia en Goosen voor het eerst oma en opa. In het gezin van oudste dochter Truida werd 'Annie' geboren. Cornelia was toen 50 jaar oud en Goosen 60. Hieronder de totale lijst met hun 11 kleinkinderen. De kinderen van zoon Ep werden geboren toen beide grootouders al waren overleden.
  • 1949: Antje Pieternella (Annie), dochter van Truida den Tek en Pieter Koornneef
  • 1952: Cornelia Jenneke (Jenny), dochter van Truida den Tek en Pieter Koornneef
  • 1954: Dirkje Arina (Dickie), dochter van Huib den Tek en Jacoba van Dalen
  • (1957: overlijden van opa Goosen)
  • 1957: Connegonda Geertrui (Gonda), dochter van Truida den Tek en Pieter Koornneef
  • 1958: Jacoba Cornelia (Cobi), dochter van Huib den Tek en Jacoba van Dalen
  • 1959: Gozina Huibertina (Gonnie), dochter van Huib den Tek en Jacoba van Dalen
  • 1964: Goosen (Goos) zoon van Huib den Tek en Jacoba van Dalen (overleden: 1969)
  • (1969: overlijden van oma Cornelia)
  • 1970: Cornelis Goos Egbert (Kees), zoon van Ep den Tek en Martie de Jong
  • 1972: Eva Pieternella Martie (Eva), dochter van Ep den Tek en Martie de Jong
  • 1974: Rene Leendert Arie (Rene), zoon van Ep den Tek en Martie de Jong
Cornelia met kleindochters Annie en Jenny

12.3. De moeizame relatie tussen Cornelia en Goosen

Het mag duidelijk zijn, Goosen en Cornelia waren compleet verschillende mensen. Ook het voor die tijd grote leeftijdsverschil van 10 jaar hielp daarbij niet. Goosen was iemand die erg aan Brakel hing. Cornelia had al vroeg een wijdere blik. Zo had zij voor haar trouwen de vleugels geografisch al meer uitgeslagen bij het langdurig verzorgen van een zieke tante in Arnhem. In de latere woorden van oudste dochter Truida was Goosen 'een erg conservatieve, dominante man'. Het heeft tussen haar en haar vader Goosen nooit geklikt. Cornelia omschreef ze heel anders: 'een erg meelevend, warm persoon, prettig in de omgang. Ze kon daardoor met veel mensen goed opschieten'. Ze vertelde ook: 'vader was altijd in de weer met de bijbel, op een aards-conservatieve, dominante manier. Hij had de waarheid in pacht en maakte je dat wel duidelijk ook. De sfeer in het gezin was derhalve nooit echt goed. Als moeder Cornelia het gezellig probeerde te maken, werkte vader Goosen dit tegen'.

Nog één situatie waaruit het afwijkende gedrag van Goosen spreekt, is de trouwdag in 1948 van oudste dochter Truida met Piet Koornneef. Omdat hij toch wat wars van gezelligheid leek, bleek ook deze dag een heuse opgave voor hem. Truida keek die dag steeds met een schuin oog naar haar vader, die er chagrijnig bij liep. Ze was benieuwd of hij wel de hele dag zou blijven. 's Avonds hadden ze het feest, maar na het avondeten wilde hij naar huis gaan. Zijn broer, de vrijgezelle Ep den Tek, wist hem echter ervan te overtuigen dat hij dat niet kon maken, waarna hij toch bleef.

De volgende situatie typeert de gespannen relatie tussen Cornelia en Goosen nog beter. Cornelia wilde in De Lier op de Hervormde vrouwenvereniging, maar Goosen vond dat niet goed. Dit terwijl Cornelia toch een gezelligheidsmens was. Toch is ze op een gegeven moment gegaan, waar Goosen enorm kwaad om werd. Om dat heel duidelijk te maken, had hij zo zijn eigen manieren. Nadat ze de tweede avond was geweest, bleek Goosen bij thuiskomst nergens te bekennen. Cornelia besloot hem eerst in de directe omgeving van hun huis te zoeken. Hij bleek zich opgesloten te hebben in de kolenschuur achter hun huis. Toen zij er langs liep, verraadde hij zijn aanwezigheid. Altijd bleef het een soort 'gewapende vrede'. Dat de relatie nooit goed was, spreekt duidelijk uit wat Cornelia haar oudste dochter wel eens toevertrouwde: 'ik blijf bij hem voor jullie, want anders had ik wel ergens anders huishoudster kunnen worden'. Later, nadat Goosen op 29 oktober 1957 aan een niervergiftiging was overleden, heeft Cornelia in de woorden van haar dochter 'nog ruim 10 jaar genoten van allerlei uitstapjes en activiteiten'. Ze werd zelfs nog een aantal jaren bestuurslid van de vrouwenvereniging. Cornelia zou 69 jaar oud worden. Ze overleed op vrijdag 16 februari 1968 in De Lier door hartfalen.

Cornelia in de jaren 60

13. De (voor)ouders van Goosen den Tek

Brakelse vrouwen in klederdracht, zondagse kleding (1919)

In dit hoofdstuk zoomen we in op de voorouders Goosen den Tek, de man van Cornelia. De vader van Goosen, Catharinus, was eigen ondernemer in Brakel. Hij werd namelijk net als zijn vader Christiaan 'mandenmaker'. Dat ambacht ging dus van vader op zoon. Manden werden die tijd in de tuinbouw gebruikt, bijvoorbeeld bij het oogsten en tomaten en aardappelen. Het was een traditioneel gezin. Zijn dochter Truida vertelde later, dat zij haar opa en oma Den Tek nog herinnerde in traditionele klederdracht, inclusief het hoofdkapje bij de vrouw. Hierboven vind je een oude foto uit 1919 met vier andere Brakelse vrouwen in diezelfde traditionele klederdracht. Haar opa en oma woonden in een dijkhuisje aan de maas, vlak naast tante Teun (de 4 jaar oudere zus van Goosen). Zoals uit die trouwakte uit 1920 blijkt konden zij niet lezen of schrijven. Dat kwam in die tijd bij die generatie nog geregeld voor; zij moesten als kinderen vaak al op jonge leeftijd meewerken. De 'leerplichtwet' waarmee onderwijs voor jonge kinderen verplicht werd, was pas ingevoerd in 1901.

Nieuwstraat in Brakel, inclusief fietser met 2 manden

Goosen kwam uit een groot gezin. Zijn vader Katrinus den Tek trouwde in 3 augustus 1871 op 24-jarige leeftijd met Konnegonda Geertrui Verzijl. Zij was toen 22 jaar. Ze kregen in totaal 11 kinderen, waarvan Goosen de 9e was. Ook in dit gezin stierven er drie kinderen al op jongere leeftijd. Vader Katrinus zou 84 jaar worden en woonde zijn hele leven in Brakel. Zijn vrouw werd 81 jaar.

Foto van een traditionele mandenmaker

De opa van Goosen heette Christiaan den Tek. In het archief lezen we dat hij 'bouwman' was, maar elders ook 'mandenmaker'. Ook hij werd in Brakel geboren. Zijn eerste vrouw Jantien, waarmee hij in 1838 trouwde, overleed 5 jaar daarna. Waarna hij een paar maanden later op 25-jarige leeftijd hertrouwde met de even oude Neeltje van Brakel. Ook voor haar was dit overigens het tweede huwelijk. Zij had al een dochter uit een eerder huwelijk. Christiaan en Neeltje kregen samen 4 kinderen, allen zoons, waarvan Katrinus (de vader van Goosen) als tweede werd geboren. De vader van deze Christaan den Tek heette Peter den Tek. Deze overgrootvader van Goosen werd in 1750 geboren en trouwde met de veel jongere Jenneke van der Zalm.

Stamboom met overgrootouders van Goosen den Tek

We kunnen in de stamboom vanaf deze Peter den Tek nog 3 generaties verder terug. De oudste terug te vinden naam in de mannelijke lijn is die van 'Aart den Tek', die rond 1640 werd geboren. Zijn oudste zoon heette 'Arien Aartse den Tek', die rond 1665 werd geboren. Het derde kind van deze Arien was weer een 'Aart den Tek' die in 1697 werd geboren, vernoemd dus naar zijn opa. Deze Aart den Tek trouwde op 53-jarige leeftijd voor de tweede keer. Het eerst kind uit dat tweede huwelijk was bovengenoemde Peter den Tek, de overgrootvader van Goosen. De familie Den Tek woonde al vele generaties in het dorp Brakel.

Stamboom 'Den Tek' terug tot Aart den Tek (ca. 1640)

De moeder van Goosen heette Konnegonde Geertrui Verzijl. Als we die stamboom via de mannen Verzijl omhooglopen, dan kunnen we terug tot Jan Verzijl, die rond 1590 werd geboren. Vermeldenswaardig is dat zijn kleinzoon Cornelis Verzijl (1655 - 1693) een aantal jaren 'schepen' was in de Hoge Bank van Zuilichem, tot hij op 38-jarige leeftijd overleed. Over deze Hoge Bank van Zuilichem bestaat een aparte website: klik hier. Je moest minimaal 16 morgen land hebben om schepen te kunnen worden. Zo'n Hoge Bank met lokale schepenen verzorgde het lokale openbaar bestuur en rechtspraak. Deze Cornelis Verzijl is dus 6 generaties terug op Goosen den Tek.